Loading
apr 17, 2015

HISTORISCHE TRAPGEVELWONING: Klaar om de eeuwen te trotseren

Hoe kregen Jules Vanackere en zijn vrouw een vergunning voor hun nieuwbouwwoning in de Brugse binnenstad? Velen vragen het zich af. Om dat huis te kunnen zetten, moest immers een trapgevelwoning uit de zeventiende eeuw tegen de vlakte.
Maar wanneer een woning niet in de oorspronkelijke staat kan worden hersteld, geeft Brugge de voorkeur aan kwalitatieve nieuwbouw. Jules Vanackere is een vooruitziend man. Met zijn echtgenote woont hij in een kleine gemeente in midden West-Vlaanderen. Wanneer ze ouder worden, wil het echtpaar graag weer in de stad wonen. In 1988 kocht Vanackere een kleine trapgevelwoning op een hoek in het centrum van Brugge. Een pand uit 1647 dat de kopers erg charmeerde. Alleen: het bevond zich in lamentabele toestand. Nadat de scouts het zestien jaar als lokaal hadden gebruikt, was het dertien jaar leeg blijven staan. ,,Het was kapot gewoond”, zegt Vanackere. Maar het trapgeveltje was charmant, de ligging was perfect, het huis had een tuintje en een zuidgerichte achtergevel. En de prijs was betaalbaar. Vanackere kocht de woning met het idee ze op zijn tijd te renoveren.

Toen de plannen eind de jaren negentig concreet werden, bleek dat echter een loodzware opdracht. De staat van het huis was zo slecht dat renoveren bijna onmogelijk was geworden. De muren vertoonden scheuren en stonden bol door verzakking en vocht. Onderzoek wees uit dat er nauwelijks funderingen waren. Het zou handenvol geld kosten om alles in de oorspronkelijke staat te herstellen. ,,Het bedrag stond niet meer in verhouding tot de oppervlakte van de woning”, zegt architect Dirk Reynaert uit Oostende.

Stedenbouw had begrip voor de situatie en gaf architect en bouwheer de kans een ander voorstel te doen. Hun denkwijze bleek erg verrassend. Het idee om het huis af te breken en met moderne middelen identiek weer op te bouwen, blokte Stedenbouw af. Een complete nieuwbouw, die niets te maken heeft met hoe het vroeger was, werd wél goedgekeurd.
“De redenering is niet zo vreemd”, vindt architect Reynaert. ,,Men heeft liever een kwalitatieve nieuwbouw dan een historiserende verbouwing: nabouwen hoe het vroeger was, maar zonder de authenticiteit. Ze stelden ons wel de voorwaarde dat de nieuwbouw iets zou toevoegen aan het straatbeeld. Eenheidsworst hoeven ze niet. Als een student moest ik mijn ontwerp gaan verdedigen in de raadszaal van het stadhuis.”

Rond dak

Bouwheer Jules Vanackere wilde een overzichtelijke woning die de beschikbare oppervlakte efficiënt benut. Het perceel zelf heeft de vorm van de woning bepaald. Het gaat om een rijwoning op een hoekperceel. De voorgevel volgt de schuine lijn van de straat en vormt een parallellogram met de achtergevel. Om ook de bovenste verdieping volledig te kunnen benutten, werd gekozen voor een dak in boogvorm. De structuur binnen is simpel. Omdat de oppervlakte beperkt is – de benedenverdieping beslaat 60 m2 – wordt geen ruimte verspild aan binnenmuren.

Gelijkvloers liggen keuken en eetplaats, en vooraan een blok waarin toilet en bergplaats zitten. Niveau een, dat met een vide uitgeeft op de gelijkvloerse verdieping, herbergt zitkamer en bureau. De tweede verdieping is een open ruimte met slaapkamer, badkamer en dressing. De achtergevel bestaat grotendeels uit glas en brengt het licht binnen op het gelijkvloers en de eerste verdieping. Alle zicht is naar de tuin gericht. Interieurarchitect Steven Van Compernol, zoon van de bouwheer en bewoner van het pand, ontwierp een knappe open keuken met gelakte MDF-panelen, een blad in leisteen en een wand in warm notelaar.

Op de eerste verdieping trekt vooral het boekenrek de aandacht. In een oude West-Vlaamse brouwerij kon Van Compernol enkele tientallen houten bierbakjes op de kop tikken die hij lukraak op elkaar stapelde. Ook de haard is origineel: een rechthoekig blok natuursteen waarin een strakke opening is gehouwen.

De bovenverdieping heeft lage scheidingswanden tussen de verschillende functies. Doordat de wanden niet tot het plafond reiken, blijft de boogvorm van het dak goed zichtbaar.

Terras en tuin sluiten op de woning aan en zijn heel belangrijk in het ontwerp. Via het kleine straatje waarop de woning uitgeeft, kunnen auto’s de tuin binnenrijden. Die wagens zijn misschien niet zo’n fraai gezicht, maar in de Brugse binnenstad vormt de parkeerruimte een niet te onderschatten troef. Bovendien blijven een ruim terras en een stukje gazon over.
Omdat het om nieuwbouw gaat, kon samen met de fundamenten een betonnen kelder worden geïnstalleerd. Een dwarse wand creëert een regenwaterput van 20.000 liter.

Voorlopig wordt de woning bewoond door Steven Van Compernol en zijn gezin. Over enkele jaren verhuizen zij naar de woning die ze aan het renoveren zijn, en verhuist vader naar zijn nieuwe woonst in het hart van de stad. Tijdens het bouwproces werd rekening gehouden met eventuele mobiliteitsproblemen later. De zijwand waarin de trap verankerd zit, werd verstevigd met beton zodat het makkelijk is om een stoeltjeslift te installeren.

Bron: Het Nieuwsblad